The Vag.

Blog · September 2026

Seks met standje energiebesparing.

September is de maand van de gynaecologische kanker.
Een maand waarin terecht aandacht wordt gevraagd voor symptomen, preventie, onderzoek en vroegtijdige herkenning. Want gynaecologische kanker moet op tijd worden gezien, onderzocht en behandeld.

Maar ik wil het ook hebben over wat er gebeurt wanneer de behandelingen voorbij zijn. Wanneer de scans goed zijn, de afspraken in het ziekenhuis minder worden en de buitenwereld voorzichtig begint te denken dat je je oude leven weer kunt oppakken.

Door: Michaela Kamphuis
Leestijd: ongeveer 12 minuten

Alsof dat ergens bij de receptie op je ligt te wachten. Jasje aan, tas erbij, oude lichaam onder de arm en door. Zo werkte het bij mij niet.

De kanker was weg, maar mijn lichaam had nog een hele administratie liggen. Littekens. Hormoonveranderingen. Lymfoedeem. Een veranderd seksleven. En vermoeidheid.

Vooral heul heul (doet Jochem Meijer na) veel vermoeidheid.

Vermoeidheid in verschillende vermommingen

Vermoeidheid na kanker is voor mij niet simpelweg toe zijn aan een vroege nacht. Slapen helpt natuurlijk. Maar soms word je na acht uur slaap wakker met het gevoel dat je ’s nachts blijkbaar een complete verhuizing hebt gedaan. Zonder iets te hebben ingepakt en zonder dat er ook maar één kast op de goede plek staat.

Mijn vermoeidheid heeft verschillende gezichten.

Er is de lichamelijke vermoeidheid. De versie waarbij mijn benen zwaar voelen en mijn lijf bij iedere activiteit eerst een risicoanalyse lijkt uit te voeren. Douchen? Kan. Haar wassen erbij? Ambitieus. Daarna ook nog aankleden? Rustaaaaagh vriendin.

Er is cognitieve vermoeidheid. Mijn hoofd heeft dan zeventien tabbladen openstaan, maar nergens wordt nog iets geladen. Ik loop naar de keuken en weet bij aankomst niet meer wat ik daar kwam doen. Ik lees dezelfde zin drie keer en begrijp nog steeds vooral dat er woorden staan.

Dan is er emotionele vermoeidheid. De rek is eruit. Een klein probleem voelt ineens als een complete systeemstoring.

Iemand stelt een normale vraag en mijn hoofd hoort: welkom bij het mondeling eindexamen van uw bestaan mevrouw Kamphuis.

En er is sociale vermoeidheid. Ik kan oprecht zin hebben om mensen te zien, maar na een uur praten voelen mijn mondhoeken alsof ze overuren hebben gedraaid. Gezelligheid kost ook energie. Zelfs met leuke mensen.

Dan bestaat er nog een bijzonder irritante variant: seksuele vermoeidheid.

Mijn hoofd denkt: gezellig.
Mijn lichaam denkt: absoluut niet, wij zijn gesloten.

Het verlangen kan er best zijn, maar de batterij staat op twee procent en de oplader ligt onvindbaar ergens onder het bed. Dan kun je nog zo romantisch kijken, maar als omdraaien al als een volledige work-out voelt, wordt spontaniteit een nogal theoretisch begrip.

Ik ben dus niet de enige

Eerder deze maand organiseerde ik vanuit Stichting Olijf samen met MST Enschede een bijeenkomst over herstel, energiebalans en intimiteit na gynaecologische kanker.

Geen onderwerpen waarbij iedereen direct ontspannen achteroverleunt en denkt: heerlijk, vertel meer.
Maar met deze bijeenkomst wilde ik juist het ongemak opzoeken. Niet alleen bij mezelf, maar ook in de zaal. Niet om vrouwen ongemakkelijk op hun stoel te laten schuiven, maar om ruimte te maken voor onderwerpen waar we normaal snel omheen praten.

We spraken over vermoeidheid die niet verdwijnt na een goede nacht slapen. Over een lichaam dat na de behandelingen niet ineens terugschakelt naar de oude stand. Over moeten kiezen waaraan je je beperkte energie uitgeeft, intimiteit die ingewikkeld kan worden en de frustratie wanneer anderen niet zien wat dit allemaal van je vraagt.

Juist doordat we die ongemakken hardop benoemden, zag ik vrouwen zichtbaar geraakt worden. Niet omdat er ineens een oplossing op tafel lag of omdat ik vertelde hoe herstel precies hoort te verlopen.

Het was de herkenning.

Dat gevoel van: ik ben dus niet de enige. Niet de enige die na kanker nog steeds moe is. Niet de enige die zich schuldig voelt omdat iets niet lukt. Niet de enige die verlangt naar intimiteit, maar soms al uitgeput is voordat er ook maar één kledingstuk is uitgetrokken.

En niet de enige die eerst opnieuw kennis moest maken met haar eigen lichaam.

De vrouw in de spiegel was verdwenen

Voor mij begon seksualiteit na kanker niet in bed.
Het begon voor de spiegel.

Ik had het weken uitgesteld. Na het douchen keek ik naar alles behalve naar mezelf. Het plafond. De tegels. Mijn handdoek. Een fles shampoo die ineens voldoende diepgang bleek te hebben voor langdurig oogcontact.

Alles, zolang ik maar niet echt hoefde te kijken.

Op een dag moest ik er wel voor gaan en liet ik mijn handdoek zakken. Fel badkamerlicht. Geen kleding. Geen filter. Geen strategisch hoge broek die mijn buik bij elkaar hield. Alleen ik en de naakte waarheid.

Ik schrok niet eens het meest van de littekens, de blauwe plekken of de zwelling.

Ik schrok omdat ik mezelf niet meer herkende.

Mijn keel kneep dicht. Mijn hart begon te bonzen. Ik zag geen vrouw die een zware operatie had doorstaan. Ik zag een kapot en gehavend lichaam dat niet meer als het mijne voelde.

Mijn baarmoeder en eierstokken waren weg. Mijn buik was opgezet. Mijn taille verdwenen. Mijn huid grauw. Mijn vagina voelde niet meer als van mij.

Ik had verwacht dat ik mild voor mezelf zou zijn. Dat ik tegen mezelf zou praten zoals ik tegen een andere vrouw zou praten: met begrip en zachtheid.

Maar mijn hoofd keek niet naar wat ik had doorstaan. Het zocht alleen naar wat er kapot was en ik maakte mezelf met de grond gelijk voor die verdomde kutspiegel.

De stem in mijn hoofd wees alles aan. Mijn buik. Mijn borsten. Mijn huid. Mijn littekens. Alles wat verdwenen was en alles wat ervoor in de plaats was gekomen.

Het werd pure zelfkastijding.
Ik wist niet of ik ooit nog zonder walging naar mijn lichaam zou kunnen kijken.

Aanraken zonder opdracht

Voordat ik een ander weer kon toelaten, moest ik eerst zelf terug mijn lichaam in.

Dat klinkt achteraf bijna sereen. Alsof ik met kaarsen, etherische olie en een zorgvuldig samengestelde Tibetaanse afspeellijst aan een liefdevolle ontdekkingstocht begon.

Dat was het niet. Het was kijken en weer wegkijken. Mijn hand voorzichtig op mijn huid leggen. Voelen wat er gebeurde. Soms verdriet. Soms spanning. Soms helemaal niets.

Kleine aanrakingen, zonder opdracht en zonder dat ze ergens toe hoefden te leiden.

Ik moest opnieuw ontdekken wat prettig voelde, wat niet en waar mijn grenzen lagen. Mijn lichaam had na de behandelingen een nieuwe gebruiksaanwijzing gekregen, maar niemand had de moeite genomen die netjes bij te voegen.

Ik moest mezelf opnieuw leren lezen.

Stukje bij beetje begon ik mezelf weer toe te laten in mijn eigen lijf.
Dat was niet een proces van weken of maanden. Het heeft echt wel een aantal jaar geduurd voordat ik mezelf weer toe wilde laten. Dit hele proces was al ingewikkeld genoeg. Laat staan dat ik ook nog iemand anders binnen moest laten.

Niemand meer nodig

Voor mijn huidige relatie was ik bijna zes jaar alleen en happy single.
Na de relatie met een narcistische ex in Engeland had ik de nodige angsten en trauma’s ontwikkeld. Communiceren voelde niet veilig, mijn eigen gevoel vertrouwde ik nauwelijks en op het gebied van seksualiteit was ik vooral gewend geraakt om mezelf weg te cijferen. Mijn vertrouwen had dus al behoorlijke schade opgelopen.

En toen kwam daar ook nog die kutkanker overheen.

Mijn lichaam werd onderzocht, geopereerd en behandeld. Opnieuw verloor ik de controle en daarna moest ik maar zien uit te vogelen wat nog van mij was. De combinatie van die eerdere relatie en de kanker maakte iemand toelaten niet bepaald aantrekkelijk. Eigenlijk zat die deur gewoon dicht. Ik wilde niemand meer toelaten, ik wilde nooit meer zo gekwetst en vernederd worden Ik had geen man meer nodig. Fuck dat! De kanker had ik zonder partner doorstaan. Mijn ouders en vrienden stonden naast me, maar de afspraken, behandelingen, beslissingen en nachten waarin mijn hoofd met mij aan de haal ging, moest ik uiteindelijk zelf dragen. Ik had alleen gevochten en was ervan overtuigd geraakt dat ik de rest ook wel alleen kon.

Bovendien waren mannen in mijn hoofd toch allemaal klootzakken. Lekker overzichtelijk. Bam Feminist Pur Sang!

Niemand binnenlaten betekende dat niemand mij opnieuw kon vernederen, verlaten of pijn doen. Alleen zijn voelde veilig. Totdat ik opnieuw een relatie kreeg en ontdekte dat iemand toelaten iets anders is dan iemand nodig hebben.

Dat betekende echter alleen niet dat ik ineens zonder angst mijn kleding uittrok en dacht: komt u maar!

Lingerie met medische indicatie

In het begin waren we voorzichtig. Misschien wel te voorzichtig. Alsof ik van porselein was en ieder verkeerd gebaar ervoor kon zorgen dat er ergens een arm of been afbrak. Lief bedoeld, maar niet enorm bevorderlijk voor de spontaniteit.

Daar kwam bij dat ik mezelf niet bepaald onweerstaanbaar voelde in lingerie met daaronder mijn steunkousen. Minder Victoria’s Secret, meer oma-chic met medische indicatie.

Die steunkousen trek je ook niet even verleidelijk uit terwijl op de achtergrond een zwoel muziekje speelt. Daar komt techniek bij kijken. Doorzettingsvermogen. Soms wat gevloek. En eventueel een partner die bereid is mee te werken aan een weinig erotisch ogende ontsnappingsact.

Toch heb ik nu een heel goed seksleven. Niet omdat mijn lichaam weer hetzelfde is als vóór de kanker, want dat is het niet. Seks kan anders voelen. Soms zijn er extra voorbereiding, hulpmiddelen of aanpassingen nodig en soms wint de vermoeidheid het gewoon van de goede bedoelingen en is kwijlend op iemands borst liggen te slapen ook heel erg fijn.

Juist doordat ik mezelf opnieuw heb leren kennen, weet ik nu veel beter wat ik wel en niet fijn vind. Ik ken mijn grenzen, durf te vertragen en kan zeggen wat prettig voelt of wanneer iets niet goed voelt. Niet pas wanneer mijn lichaam al met zwaailichten en een megafoon staat te protesteren.

Daarvoor is open communicatie binnen een relatie nodig. Mijn partner kan niet raden wat er in mijn lichaam gebeurt. Hij kan niet weten waarom een aanraking de ene keer fijn is en de andere keer spanning oproept. Ook kan hij niet aanvoelen wat ik nodig heb als ik zelf blijf doen alsof alles vanzelfsprekend is.

Voor mij betekende dat ook dat ik moest leren dat vertellen wat ik voel niet automatisch leidt tot afwijzing, ruzie of vernedering. Dat mijn grenzen uitspreken niet betekent dat ik moeilijk doe. En dat ik tijdens seks niet verantwoordelijk ben voor het plezier van de ander terwijl ik mezelf ergens onderweg kwijtraak.

Maar voordat ik dat met iemand anders kon bespreken, moest ik eerst zelf weten wat mijn antwoorden waren. Waar lag mijn grens? Waar zat mijn verlangen? Wat voelde veilig en wat was werkelijk van mij?

Pas toen ik mezelf weer serieus begon te nemen, kon ik ook plezier toelaten in een lichaam dat zo lang vooral patiënt was geweest.

Niet alleen de tumor

Gynaecologische kanker gaat niet alleen over de ziekte opsporen en behandelen. Het gaat ook over wat er daarna achterblijft: vermoeidheid die niet verdwijnt na een goede nacht slapen, een lichaam dat anders voelt en reageert, vaginale droogheid, bloedingen, pijn tijdens seks, lymfoedeem, steunkousen, hormonen, kinderloosheid en de angst dat je niet meer de vrouw bent die je vóór de kanker was.

Onderwerpen die nogal lastig tussen de koffie en een goede Twentse kozak passen (voor de mensen buiten ons wijze oosten, een Twentse kozak is een onmeunig lekkere koek).
Toch wil ik het erover hebben.

Tijdens de bijeenkomst zag ik opnieuw waarom dat nodig is. Zodra iemand het ongemak opzoekt en eerlijk vertelt, ontstaat er ruimte voor anderen om te denken: godzijdank, ik ben dus niet de enige.

Daarom schrijf ik. Een boek maken stond al jaren op mijn bucketlist, maar ik had nooit gedacht dat dit het verhaal zou worden. Toch ligt het er straks: KUTZOOI. Niet alleen over baarmoederhalskanker en het recidief, maar vooral over alles wat daarna niet ineens verdwenen was.

Met KUTZOOI wil ik andere vrouwen niet vertellen hoe ze moeten herstellen of hoeveel ze van zichzelf zouden moeten houden.

Ik wil ze bemoedigen om te kijken naar wat er werkelijk is en hun lichaam niet alleen te beoordelen op wat het niet meer kan, hoe het eruitziet of welke onderdelen verdwenen zijn.

Van mezelf leren houden begon voor mij niet met mijn spiegelbeeld mooi vinden. Het begon met blijven staan. Met niet opnieuw mijn handdoek optrekken en wegkijken. Met mijn hand op mijn huid leggen, voelen zonder onmiddellijk te oordelen en ontdekken waar mijn grenzen lagen. Het begon met mezelf eindelijk serieus genoeg nemen om die grenzen ook uit te spreken.

Langzaam werd mijn lichaam weer iets anders dan een medisch dossier, een verzameling littekens of de plek waar kanker had gezeten. Het werd weer van mij.

KUTZOOI – Over kanker, kwetsbaarheid en alles waar vrouwen over leren zwijgen is vanaf 26 oktober verkrijgbaar. Met mijn verhaal wil ik vrouwen uitnodigen om het gesprek aan te gaan over vermoeidheid en energie, seks die pijn doet of anders voelt, een veranderde vagina, ongewenst urineverlies, hormonen, kinderloosheid, schaamte, verlangen en niet meer weten wie je in de spiegel ziet.

Niet omdat ieder ongemak meteen opgelost moet worden, maar omdat er iets kan veranderen wanneer één vrouw hardop zegt wat een ander alleen nog maar durfde te denken: ik ben dus niet de enige.

Misschien begint opnieuw van jezelf leren houden daar wel. Niet met jezelf iedere dag prachtig vinden, maar met jezelf niet langer verlaten wanneer het moeilijk wordt

Pre-order mijn verhaal www.thevag.nl/kutzooi

Zoek de verbinding.