Blog · Oktober 2026
Voor mijn boekpresentatie staat een opblaasvagina van vier meter hoog op de planning. Vier meter. Dat kun je moeilijk een subtiele verwijzing noemen.
Op 24 oktober presenteer ik mijn boek KUTZOOI – Over kanker, kwetsbaarheid en alles waar vrouwen over leren zwijgen. Er komen boeken, banners en een tafel met spullen van The Vag. En dus een vagina die vermoedelijk minder moeite heeft om ruimte in te nemen dan veel vrouwen wanneer ze hun klachten moeten uitleggen.
Die kunnen we alvast afvinken: zichtbaarheid.

Door: Michaela Kamphuis
Leestijd: ongeveer 7 minuten
De afgelopen weken ben ik bezig met de voorbereidingen. Interviews, uitnodigingen, de presentatie. En de vraag wanneer de boeken daadwerkelijk geleverd worden. Want je kunt een boek schrijven over kwetsbaarheid, maar voor een boekpresentatie is het toch ook handig als er boeken zijn.
Ondertussen staat mijn eigen verhaal in Tubantia. Onder een kop met de woorden ‘een wandelende gifbom op hoge hakken’. Kanker, maar wel met fabulous schoeisel uiteraard.
Dat past bij hoe ik schrijf. Er mag gelachen worden. Ook wanneer het over iets gaat wat helemaal niet grappig is. Mijn lichaam heeft zich tenslotte ook nooit netjes aan één genre gehouden.

Maar tussen alle voorbereidingen door verschenen er de afgelopen maand meer verhalen over vrouwenlichamen in diezelfde krant. Over urineverlies en ontlastingsverlies. Over heftige menstruaties. Over de overgang. Over vrouwen die jarenlang klachten hadden voordat duidelijk werd wat er aan de hand was. Daarnaast publiceerde het AD een special over vrouwen die jarenlang met klachten rondliepen voordat ze de juiste diagnose kregen.
Onderwerpen waar je doorgaans niet mee opent op een verjaardag. Misschien zouden we dat toch eens moeten proberen. Tussen de koffie en de blokjes kaas.
Op 28 september schreef Tubantia over het Bekkenbodem Expertisecentrum Twente. Daar kijken verschillende zorgverleners samen naar vrouwen met complexe klachten. Eén afspraak. Meerdere deskundigen. Minder vaak opnieuw vertellen wat er misgaat met je blaas, darmen of bekkenbodem.
Dat klinkt praktisch. En dat is het ook.
Een dossier kan worden doorgestuurd. De schaamte reist gewoon met je mee.
Daarom doet het ertoe hoe zo’n afspraak wordt ingericht. Dat iemand je verhaal vooraf leest. Dat zorgverleners overleggen. Dat jij niet steeds degene bent die alle losse eindjes aan elkaar moet knopen, terwijl je ondertussen probeert uit te leggen wat er met je lichaam gebeurt.
Angela de Jong schreef in haar wekelijkse columns over haar val van de trap en het ernstige ijzertekort dat daarna aan het licht kwam. Ze beschreef haar hevige menstruaties en de klachten die ze zelf te lang had weggewuifd.
Moe. Duizelig. Toch doorgaan.
Even druk. Slecht geslapen. Een leeftijdsdingetje. Hormonen. Hoort erbij.
Voor je het weet heb je je klacht al half ingetrokken voordat je hem hebt uitgesproken. Je bent moe, maar iedereen is moe. Je hebt pijn, maar je wilt ook niet zeuren.
Er zijn vast mensen die het erger hebben. Die zijn er altijd. Daar wordt jouw lichaam alleen niet beter van.
Op 18 oktober volgde een artikel over de menopauzepoli van ZGT. Over vrouwen die vastlopen en bij wie overgangsklachten niet altijd worden herkend. Ook bij Eva Jinek kwam vrouwengezondheid aan bod, naar aanleiding van onderzoeken naar de ervaringen en behoeften van vrouwen. Eén vrouw. Eén lijf. Een hele verzameling klachten die blijkbaar eerst hardop naast elkaar moesten worden gezet.
Dat geeft te denken. Want als patiënt ben je degene die met het totaalpakket naar huis gaat. Je vermoeidheid blijft niet achter bij de huisarts terwijl je pijn alvast doorreist naar de specialist.
In het gesprek benoemde huisarts Stefan van Rooijen ook de gaten in de medische kennis over vrouwen. Hij pleitte ervoor om als arts te erkennen dat je niet alles weet, en ondertussen wel naast de patiënt te blijven staan.
Dat lijkt me een wezenlijk verschil. ‘Ik weet het niet’ kan het begin zijn van verder zoeken. Het wordt pas een doodlopende weg als het gesprek daarmee klaar is.
En psychische klachten verdienen natuurlijk óók serieuze zorg. Het probleem ontstaat wanneer een verklaring zo vaststaat dat niemand meer verder kijkt.
Je hoeft als arts niet meteen ieder antwoord te hebben. Maar als vrouw wil je ook niet steeds opnieuw moeten bewijzen dat de vraag terecht is.
Fijn dat die aandacht er is. Dat erover wordt geschreven en gesproken. Ook over de stukken die minder lekker passen in een opgewekt gesprek over gezond leven.

Want een lichaam wacht niet tot je agenda ruimte heeft.
Je moet ermee naar je werk. Naar de supermarkt. Naar een etentje waar je graag gewoon aan tafel wilt zitten zonder bezig te zijn met pijn, vermoeidheid of de afstand tot het toilet.
In de AD-special vertelden Mirjam Kaijer, Antoinetta Schutrups en Maaike van Schaik over hun zoektocht naar een verklaring voor hun klachten. Hun verhalen verschenen naar aanleiding van een analyse van ruim vijfduizend meldingen en ervaringsverhalen bij Voices for Women.
Daar kun je een rapport van maken. Maar achter iedere melding zit iemand die probeerde uit te leggen wat er mis was. Iemand bij wie het leven ondertussen doorging, of juist steeds verder vastliep.
Wat in die verhalen naar voren komt, is hoeveel er verloren kan gaan voordat het juiste antwoord er is. Jaren. Mogelijkheden. Vertrouwen in je lichaam en in je eigen waarneming.
Die tijd krijg je niet terug bij het ophalen van je medicijnen.
Mijn eigen verhaal is anders. Ik kreeg baarmoederhalskanker en later een recidief. Ik ben geopereerd, kreeg chemo en bestraling. Die behandelingen hebben mijn leven gered.
En daarna moest ik verder met het lichaam dat overbleef.
Met lymfoedeem. Met vermoeidheid. Met kinderloosheid. Met de gevolgen voor intimiteit en seksualiteit. Met alles wat niet ophoudt omdat de behandeling klaar is.
Daarover ben ik gaan schrijven.
Over wat er gebeurt als je leven gered is en je vervolgens moet uitzoeken hoe je dat leven weer bewoont. Hoe je werkt, seks hebt, grenzen aangeeft en omgaat met een lichaam dat zich weinig aantrekt van je plannen.
Daar is KUTZOOI uit ontstaan. Korte columns, met humor en ongemak. En met dingen die ik niet mooier kan opschrijven dan ze zijn.
Een boek is natuurlijk geen behandelplan. Er zit geen verwijzing achterin en de kaft doet weinig tegen vocht in je benen.
Wat ik wél kan doen, is opschrijven hoe het is.
Zonder ieder pijnlijk stuk af te ronden met een keurige levensles. Zonder te doen alsof ik achteraf dankbaar moet zijn voor alles wat me is overkomen.

Van kutzooi kracht maken betekent voor mij ook dat ik mag zeggen: dit is nog steeds kut. En dat ik hulp mag blijven vragen.
Met The Vag. wil ik ruimte maken voor die gesprekken. Over vrouwengezondheid, nazorg, seksualiteit, schaamte en verlies. Ook als er geen makkelijk antwoord komt. Ook als iemand na een behandeling nog lang niet klaar is.
Ik wil woorden geven aan wat je wel voelt, maar nauwelijks durft uit te spreken. En vrouwen de ruimte geven om hun eigen verhaal te vertellen.
Daar wil ik mee verder. Lezingen geven. Workshops aanbieden. Of wie weet een eigen talkshow. Oh ik zie het format al helemaal voor me. Vrouwleu:
Een talkshow voor en door Twentse vrouwen. Over grootse plannen, eigen keuzes en de kutzooi onderweg. Met vrouwen die ondernemen, creëren, doorbreken, zorgen en veranderen en durven vertellen wat je aan de buitenkant niet ziet.
Over het lijf, hun leven en alles wat meestal pas ter sprake komt als de visite weg is.
Met Twentse nuchterheid de schaamte voorbij. Met humor en ruimte voor ongemak. Je hoeft je tranen niet weg te slikken en je verhaal hoeft geen vrolijk einde te hebben om aan te mogen schuiven.
Over een paar dagen presenteer ik mijn boek. Ja ik schijt tien kleuren, ja ik vind het megaspannend, ja dit wordt een heel erg bijzonder moment. Dan ligt mijn verhaal op tafel. Daarna schuif ik graag een stoel bij voor dat van een ander.
De opblaasvagina neemt de ruimte alvast in.
Voor de rest van het verhaal doe ik mijn mond wel open.
Nieuwsgierig naar mijn verhaal? Op thevag.nl/kutzooi lees je meer over mijn boek.